Planoloog opent aanval op tuinstad

Bevolkingsdichtheid_verd_560.png

Jos Gadet, hoofdplanoloog bij de gemeente Amsterdam, pleit voor veelzijdige buurten met een hoge bevolkingsdichtheid. Monotone, ruim opgezette wijken als Julianapark en de Westelijke Tuinsteden verhinderen dat Amsterdam zich ontwikkelt tot metropool. Tegen de aanhangers van de tuinstad kan niet vaak genoeg gefulmineerd worden, vindt hij. Die taak neemt hij op zich in zijn onlangs verschenen boek Terug naar de stad.

Gadet richt zijn pijlen op het idee van de functionele stad, ‘een stad waarin de functies wonen, werken, verkeer en vrije tijd strikt gescheiden zijn en waar licht, lucht en ruimte overheersen’. Dit idee, geïnspireerd door de architect Le Corbusier, werd in Amsterdam in de praktijk gebracht in de Bijlmer en in de Westelijke Tuinsteden.

De eerste bewoners van de Westelijke Tuinsteden waren blij met hun woning en de nabijgelegen Sloterplas, maar tegenwoordig zijn de woningen een stuk minder populair. Volgens Gadet is dat geen uitzondering: alle functionalistisch opgezette wijken kampen met problemen. Niet alleen in Amsterdam, maar ook bijvoorbeeld de banlieues van Parijs.

Het valt moeilijk voor te stellen, maar volgens Gadet is het functionalisme onder planologen nog altijd springlevend. De bedenker van de tuinsteden, Cornelis van Eesteren, zou nog altijd als heilige gelden. “Toen een collega bij de Dienst Ruimtelijke Ordening het portret van Van Eesteren uit de rij portretten van voormalige directeuren haalde en het kopieerde, de kopie voorzag van een pijp, verrijkte met de tekst ‘Ceci n’est pas un urbaniste’ en terughing, was het management not amused.”

Succes van de Baarsjes

Waar Gadet de vloer aanveegt met Van Eesteren en Le Corbusier (‘de Pol Pot van de architectuur’), haalt hij zijn inspiratie bij de Amerikaanse stedenbouwkundige Jane Jacobs. Zij benadrukte het belang van diversiteit als voorwaarde voor een succesvolle buurt: mensen met verschillende achtergronden die op verschillende momenten van de dag verschillende soorten activiteiten ondernemen. Voorbeelden zijn de Nieuwmarktbuurt en de Pijp. Dit soort levendige, stedelijke buurten breiden zich uit over een steeds groter deel van Amsterdam binnen de Ring, zoals valt te zien aan het succes van de Baarsjes.

Buurten als de Pijp en de Baarsjes stimuleren bewoners om te lopen of te fietsen, wat gunstig is voor de volksgezondheid. Ze vormen een vruchtbare ondergrond voor economische ontwikkeling en bieden nieuwkomers de kans om zich te emanciperen, aldus Gadet.

Jane Jacobs waarschuwde dat buurten ten onder kunnen gaan aan hun eigen succes, een proces dat bekendstaat als gentrification. Naarmate de prijzen van onroerend goed stijgen wordt de diversiteit verdreven door patserige kantoren of toerisme. Kleine speciaalzaken worden verdreven door vestigingen van grote winkelketens. De sociale woningbouw heeft voorkomen dat het Amsterdamse stadscentrum in een openluchtmuseum verandert, schrijft Gadet, maar dat neemt niet weg dat ook Amsterdam het risico loopt dat de diversiteit verdwijnt door stijgende prijzen van onroerend goed.

DoeMere

De belangrijkste remedie is om te zorgen dat het stedelijk gebied uitbreidt. Een ruim aanbod dempt immers de prijzen en zorgt dat succesvolle buurten toegankelijk blijven voor mensen met uiteenlopende achtergronden. Gadet pleit ervoor dat het stedelijk gebied wordt ‘uitgerold’ tot buiten de Ring. Dat vereist een hogere woningdichtheid, meer voorzieningen en beter openbaar vervoer.

Daarnaast zijn er ook binnen de Ring mogelijkheden om het stedelijk gebied uit te breiden, stelt Gadet. Voorbeelden zijn het Zeeburgereiland, de Houthavens, de Noordelijke IJ-oevers en het marinecomplex op Kattenburg. Ook doen zich nieuwe kansen voor wanneer Jeruzalem of de Indische buurt ten zuiden van de Insulindeweg weer aan de beurt zijn voor herstructurering. Verder pleit hij voor hoogbouw, bijvoorbeeld aan de rand van park Frankendael in Oost.

Gadet gruwt van de plannen voor grootschalige woningbouw in Almere (‘waar de gigantische doe-het-zelfzaak DoeMere heet’), de stad die ooit samen met Amsterdam een dubbelstad zou gaan vormen. Er is volgens hem juist behoefte aan woningen die misschien aan een rustige straat liggen, maar dan wel met grotestadsvoorzieningen vlak om de hoek. En daar moet ruimte voor worden gemaakt in Amsterdam.

Jos Gadet, Terug naar de stad: Geografisch portret van Amsterdam. Verschenen bij uitgeverij Sun

1 januari 2012, 11:17 | |