Back to top

Xenofobe stembureauvoorzitters niet welkom

In 2006 werden verschillende Amsterdamse stembureaus geleid door personen die iets tegen allochtonen hebben. In de media bleef dit onopgemerkt, maar de gemeente meldt tegenover Nieuws uit Amsterdam dat sindsdien de screening van voorzitters is aangescherpt.

“Allochtonen zijn de baas in Amsterdam. Zo gedragen zij zich ook op het stembureau.” Een voorzitter van een stembureau in Geuzenveld-Slotermeer maakte deze opmerking in een formele evaluatie van de lokale verkiezingen in 2006, uitgevoerd door O+S in opdracht van de Ombudsman.

Het onderzoek was ingesteld naar aanleiding van berichten over misstanden in de stemlokalen. Sommige kiezers wilden een familielid helpen bij het stemmen en wanneer dit niet mocht ontstond er soms geruzie. Inmiddels zijn er maatregelen genomen om dit soort problemen tegen te gaan.

Het rapport van O+S bevat een bijlage met antwoorden op open vragen. Deze antwoorden geven soms ook inzicht in de opvattingen van de voorzitters. Een voorzitter van een stembureau in Noord stelde voor om het stemrecht te ontnemen aan kiezers die de taal niet machtig zijn. “We richten dit land al veel teveel in rond integratieweigeraars...regels zijn regels!” Ook gaf deze voorzitter het advies om in stadsdelen ‘waar het misgegaan is’ niet meer dan twee moslims als stembureaulid te laten werken.

Soepjurk

Een voorzitter van een stembureau in Slotervaart meldde: “Marokkaanse man in ‘soepjurk’ was uren lang in of bij het stembureau bezig landgenoten te ronselen en te begeleiden. Hij zei buurtvader te zijn.” Wellicht ging het om buurtvader Mohammed Farjani, die bij de verkiezing in maart 2006 bij een stembureau in Slotervaart bezig was met opkomstbevordering. Tegenover de Telegraaf benadrukte Farjani destijds dat hij daarbij geen stemadvies gaf.

Nadat het rapport van de Ombudsman was verschenen ging alle aandacht uit naar het gedrag van (allochtone) kiezers en de problemen die daaruit waren voortgekomen. Dat uit de bijlage van het rapport ook bleek dat sommige stembureauvoorzitters weinig van allochtonen moeten hebben, bleef grotendeels onopgemerkt.

Inlevingsvermogen

Inmiddels heeft de gemeente een functieprofiel opgesteld dat ook wordt gebruikt om voorzitters na verkiezingen te beoordelen. Dat profiel stelt niet expliciet dat ze met diversiteit om moeten kunnen gaan, maar wel dat ze flexibel moeten zijn, inlevingsvermogen moeten hebben en goed moeten kunnen communiceren.

Vorig jaar heeft O+S opnieuw onderzoek gedaan naar het verloop van de verkiezingen. Het originele rapport, dat overigens niet is gepubliceerd, wekt de indruk dat de stembureauvoorzitters in 2010 een neutrale houding hadden ten opzichte van allochtone kiezers.

UPDATE 24 februari – In een eerdere versie van dit artikel stond dat de gemeente had gemeld dat enkele voorzitters niet opnieuw zijn uitgenodigd vanwege hun houding ten opzichte van allochtonen. De gemeente nuanceert dit vandaag. Mocht blijken dat een stembureauvoorzitter negatieve opvattingen heeft over allochtonen dan zal dit een reden zijn om deze niet opnieuw uit te nodigen, maar het is onbekend of er daadwerkelijk voorzitters zijn geweigerd om deze reden.

23 February 2011 |