Op een roze fiets in Amsterdam
[Door Laurent Chambon] – Al precies tien jaar heb ik dezelfde fiets in Amsterdam: een Kronan herenmodel, een onverwoestbare Zweedse fiets, het enige roze exemplaar van de stad (de andere is in 2001 gestolen). Kinderen zijn altijd geïntrigeerd: “Meneer, waarom is jouw fiets roze terwijl het een herenfiets is, is roze niet voor meisjes?” Achter deze fiets schuilt een hele levenswijze en een manier om naar de stad te kijken. Dat is wat Amsterdam oneindig prettiger maakt dan Parijs, ondanks het smerige eten en het grijze weer.
Mijn roze herenfiets is misschien een beetje exotisch, maar het is maar één onderdeel van het Nederlandse fietsecosysteem. De meeste Amsterdammers hebben een grootouderfiets: een opafiets voor mannen, omafiets voor vrouwen. Een zwart ding, teruggebracht tot zijn meest eenvoudige verschijningsvorm, met een terugtraprem (niet duur, en belangrijker, andere soorten remmen zijn te ingewikkeld in het onderhoud, de kabels breken te snel), de lamp is vervangen door een wit led-lampje van de Hema in de vorm van een muis vastgemaakt aan het stuur, en een rode die aan de bagagedrager hangt.
Je ziet ook ligfietsen, van die fietsen waarop je achterovergeleund zit, soms in een huls in de vorm van een granaat. Het lijkt me een genoegen om erop te rijden. Maar ook vouwfietsen, die je gratis in de trein mag meenemen. Tandems natuurlijk, maar vooral op het platteland. En alle mogelijke combinaties van fietsen voor een volwassene met kind(eren): een zitje voor of achterop, een tandem met een plaats voor een kind met of zonder trappers, een aanhanger voor kinderen (of honden), een aanhangfiets voor een kind die wordt bevestigd aan het zadel van de ouder, een driewieler voor ouderen met evenwichtsproblemen…
Er zijn minimalistische designfietsen (mijn favoriet is de Van Moof van geborsteld aluminium met automatische LED’s op zonneenergie, leren zadel en handvatten: een enorme aandachtstrekker bij het stoplicht, enigszins kitscherige Chinese retrodingen, fietsen voor lange mensen (versterkte dubbele stang tussen het stuur en het zadel), driewielers met of zonder voorwiel, en de laatste mode: een glimmende vouwfiets in de vorm van een perfecte driehoek, de Strida.
‘Moderne’ steden
In de hal, de garage of de zolder van de Amsterdamse huizen staat altijd wel een omafiets die wordt gerepareerd, op z’n kop op het zadel of opgehangen aan kabels. In elke straat staan zeker wel een stuk of tien opafietsen vastgemaakt aan boomstammen, paaltjes, lantaarns of gewoon tegen een muur neergezet, met een enorme ketting eromheen met een slot Made in China.
Tegenover het Centraal Station van Amsterdam doemt een enorme drijvende fietsgarage op. Er staan duizenden en duizenden fietsen in alle vormen en kleuren. De betaalde stalling er tegenover is altijd vol en in de omgeving van het station houdt de politie zich bezig met het verwijderen van de fietsen die overal zijn neergezet.
Stel je nu eens voor dat een auto twee of drie fietsen vervangt. Amsterdam zou tien keer zo groot moeten zijn. Het merendeel van de grachten en veel huizenblokken zouden plaats moeten maken voor autowegen om te zorgen dat de Amsterdammers zich kunnen verplaatsen.
Trouwens, een van de grote stadsconflicten van de jaren zestig ging niet alleen om meer culturele vrijheid, maar om te verhinderen dat de politici en ambtenaren het historische centrum zouden afbreken om een ‘moderne’ stad met grote vierkante gebouwen neer te zetten in de stijl van Brasilia en vooral ook brede wegen voor auto’s aan te leggen. Als je ziet dat de Amsterdammers bereid zijn om een fortuin te betalen om in het historische centrum te wonen zonder ruimte om een auto te parkeren, terwijl de ‘moderne’ woningen in de polders, met een eigen parkeerplaats voor meneer en mevrouw, hun prijs per vierkante meter zien inzakken, dan mag je je wel afvragen welke het meest modern is.
Amsterdam is gebouwd op zand. Als je op het eiland waar ik woon een schep in de grond zet, dan waan je je op het strand: zand, en water dat zachtjes opwelt als je diep genoeg graaft. Op die zachte grond beweegt alles: de huizen, de kades van de grachten, de bomen die licht overhellen, en de wegen. De auto’s en vrachtwagens kosten de bewoners van de stad een fortuin: die dingen van een ton of meer die trillingen veroorzaken als ze rondrijden slopen de wegen, beschadigen de kwetsbare fundering van de huizen en dwingen de gemeenschap om de kades regelmatig te repareren. Toen ik in de deelraad van Oud-Zuid zat verbaasde ik me altijd over het (enorme) deel van het budget dat elk jaar wordt uitgetrokken voor het repareren van de infrastructuur die de auto’s met zoveel geweld afbreken, terwijl de fietsen geen enkele schade veroorzaken. Het moeilijkste onderwerp bij de coalitiebesprekingen was trouwens het aantal parkeerplaatsen dat moest worden gehandhaafd of opgeofferd om ruimte te maken voor de fiets.
Politieke partijen
Sterker, het werkelijke onderscheid tussen de politieke partijen in Amsterdam zit in hun houding tegenover de fiets. Veel rechtse mensen stemmen niet meer voor de liberalen omdat ze te zeer pro-auto zijn en niet voldoende pro-fiets. De Nederlanders zijn in sociaal opzicht Scandinavisch en in economisch opzicht neoliberaal; hun politieke verschillen kunnen in belangrijke mate worden verklaard uit hun visie op het stedelijke vervoer. Rechts verdedigt de auto zoals de Amerikaanse Republikeinen het recht verdedigen om een vuurwapen te dragen: op een emotionele manier zonder enige rationaliteit. De voorsteden stemmen rechts om hun auto’s te beschermen en links om hun banen te beschermen. Links is verdeeld tussen partijen die auto’s helemaal willen vervangen door fietsen en partijen die toch nog wat ruimte voor auto’s voor ‘de arbeiders’ willen.
Toen we in de ‘chique’ wijk De Pijp woonden (lees: vol met pretentieuze nouveaux riches) hadden we een bakfiets, wat mijn echtgenoot geruststelde over onze sociale status. In de houten bak voorop de bakfiets kan je twee kinderen en/of de boodschappen vervoeren. In ons geval werd hij vooral gebruikt om rond te rijden met Martin en Philippe, onze twee labradors. Zo gauw we langs de Dam fietsten of in de buurt van de musea werden de toeristen gek en maakten ze eindeloos veel foto’s van ons. De harige monsters in de bakfiets zijn waarschijnlijk de meest gefotografeerde honden op de Japanse en Mexicaanse versies van Flickr. De bakfiets dwong ook het respet af van alle nouveaux riches en hun enorme 4x4’s die nog nooit een heuvel of modder hebben gezien: 80 kilo staal en hout (zonder de fietser mee te rekenen) in het koetswerk van een chocoladekleurige Cayenne of een witte Range Rover, dat was de schrik van de rijke nepblondines van Amsterdam Zuid.
Het transportmiddel is de duidelijkste uitdrukking van sociale status in Amsterdam. De middenklasse heeft een opafiets of een omafiets. De intellectuelen en de bobo’s hebben een designding als ze alleenstaand zijn of een bakfiets als ze kinderen hebben. De creatieven hebben een fiets in een rare kleur of vorm, de punks vervoeren hun rommel in een enorme bakfiets met genoeg ruimte voor een tweepersoonsbed, en de werknemers die per trein door de hele Randstad reizen hebben hun vouwfiets, meer of minder design naar gelang hun budget toelaat.
Koppen rollen
De nouveaux riches hebben een SUV op afbetaling, de gefortuneerden in de provincie een Volvo of een Audi, ook op afbetaling, de Turken hebben een tweedehands Mercedes (hier malicieus aangeduid als ‘Turkenbak’), de white trash en hun kaalgeschoren en getattoeeerde kinderen hebben een scooter, en zwarten zoals Marokkanen nemen de bus en de tram. De Hindoestanen hebben allemaal een Japanner die tenminste tien jaar oud is (merk Datsum), de vrouwelijke studentenverenigingen (de minst achterlijke studeren rechten, de rest letterkunde ook al lezen ze nooit) hebben allemaal dezelfde gestolen fiets die tijdens de ontgroening met een spuitbus is overgespoten, meestal roze of rood. De emancipatie kent haar grenzen, he. De jonge rechtse professionals hebben een electrische scooter zodat ze zich kunnen wijsmaken dat ze duurzaam en groen zijn en de hoogopgeleide Arabieren en Turken hebben een überklassieke Hollandse fiets (denk aan een zwarte of groene, ultramat getinte Sparta met bagagedrager aan de voorkant) om te laten zien dat ze geïntegreerd en succesvol zijn.
In Amsterdam geldt: toon me je fiets en ik vertel je wie je bent.
Achter deze fietsen gaat een hele organisatie schuil. Ten eerste, goed ontworpen fietsen, duizend keer beter dan de vélib (de goedkope huurfiets in Parijs): banden die eenvoudig zijn op te pompen met een ventiel dat je niet hoeft los te schroeven, steeds meer zelfreparerende luchtkamers, zadel en stuur staan voldoende hoog om te voorkomen dat je pijn in je knieën of je rug krijgt, prettig grote wielen, en een onverwoestbaar frame… Dan is er een netwerk van fietsenwinkels die je fiets onderhouden en een fiets van de zaak leveren (de meeste werkgevers bieden een vergoeding van ongeveer 800 euro per drie jaar aan degenen die geen auto hebben), overal bewaakte stallingen en de mogelijkheid om in alle supermarkten van het koninkrijk een reparatiesetje, lampen of een zadeldekje met bloemen erop te kopen.
Bovenal zjn er in het hele land (en in de meeste buurlanden in het noorden en het oosten) structureel veilige fietspaden: het is ondenkbaar dat er een route is van punt A naar B zonder dat je er ook veilig met de fiets kan komen. De steden hebben een Hoofdnet Fiets, een netwerk van belangrijke fietsroutes die prioriteit hebben boven alle andere vervoersinfrastructuur (de pdf toont het Hoofdnet fiets van Amsterdam in hoofdstuk 7). Ik kan u uit eigen ervaring verzekeren dat er geen enkele speelruimte zit in de onderhandelingen met de ingenieurs van het koninkrijk of de fietsersverenigingen als het gaat om het behouden van de gemiddelde snelheid van de fietsers op dit hoofdnet of om het verbeteren van de begaanbaarheid van het wegdek: als dit netwerk verstopt raakt dan wordt de hele stad een chaos. En rollen er koppen op het stadhuis.
Je hoeft maar op bepaalde strategische plekken in de stad te gaan staan om je bewust te worden van het indrukwekkende aantal fietsen dat tijdens het spitsuur passeert. Ik merk het als het na vijven in mijn straat groen wordt op het nabijgelegen kruispunt: een zwerm Amsterdammers, groot en klein, man en vrouw en in alle kleuren stuift langs mijn ramen. Je kan ze maar beter niet in de weg staan: ze zijn met velen, ze gaan hard en ze hebben honger. Daarna wordt het weer stil: blijkbaar is het weer rood geworden.
Achterlijke campagnes
Wie denkt dat je in Amsterdam woont vanwege de drugs of de seks vergist zich ernstig: je gaat erheen vanwege liefde of baan, en je blijft er vanwege de kwaliteit van het bestaan, ondanks het smerige eten en het grijze weer. Deze ‘leefbaarheid’ zoals de Nederlanders het noemen is in belangrijke mate te danken aan de fiets. Frankrijk denkt het land van het goede leven te zijn, maar wil perse alles opofferen aan de auto. Men snapt niet dat meer ruimte voor de fiets zou betekenen dat men de belofte van een lagere CO2-uitstoot waar zou kunnen maken, dat men niet meer van die achterlijke campagnes over gezond eten en lichaamsbeweging nodig zou hebben en dat Parijs en de grote provinciesteden iets anders zouden kunnen worden dan enorme parkeergarages doorsneden met kilometers file.
Maar goed, als de elites nog altijd denken dat het belasten van de superrijken de ‘talenten’ zal wegjagen, dat Fransen per definitie blank, katholiek en heteroseksueel zijn, dat de scheiding der machten nergens voor dient, dat Parijs het centrum van de wereld is en dat onze republiek gebaseerd is op meritocratie (LOL), waarom dan niet denken dat de auto nog een toekomst heeft, he?
Ondertussen zijn er mensen die experimenteren. Hoogopgeleide Amerikanen dromen ervan om naar Oregon te verhuizen, waar de fiets op het punt staat om de auto te verdrijven, en er is zelfs een Bulgaarse ontwerper die droomt van lichte kabelstructuren om mensen en fietsen snel en goedkoop door de Griekse steden te verplaatsen.
Terwijl Renault of PSA verlies draaien ondanks alle slooppremies en proberen om ons dezelfde metalen bakken van een ton te verkopen, maar nu met electriciteit, zijn er mensen die zich al een voorstelling maken van de toekomst. Zonder Renault of PSA.
Oh ja, ik vergat nog: de auto veroorzaakt stress en je wordt er dik van.
De fiets kalmeert en geeft je mooie benen.
Nee, niets, het is gewoon dat de zomer eraan komt.
Dit artikel verscheen oorspronkelijk in Minorités. Video: goldenonion
Recente berichten
- Raad moet niet toegeven aan lobby Rijksmuseum
- Nieuwe punten in een oude discussie
- Bonnetjes uit Nieuw-West
- ‘Afsluiten onderdoorgang Rijksmuseum juist gevaarlijk’
- Schip vervangt 4 vrachtauto’s
- Geen portret Beatrix in rechtbank
- Groei aantal Chinese hotelgasten onbestendig
- Kennismigrant waardeert fietscultuur
- €80 boete voor scooters in Westerpark
- Grachtengordel maakt rukje naar links
- Gemeente overweegt aanpak islamofobie
- Veelverdieners worden op subsidie gekort
- Gemeente telt kraakpanden
- Museum werft burgerjournalisten
- Parkeergarages
Persberichten
- Wijkcentrum Ceintuur : Activiteiten Natuur en milieuteam in De Pijp
- GroenLinks : Internetstemming Groene Lintjes geopend
- Mediamatic : Ignite Amsterdam 18
- : Uitzending Vragenvuur 16 mei
- Amsterdam Museum : MuseumApp ingezet door tien culturele instellingen
Leestip
Volg Nieuws uit Amsterdam
Twitter | RSS | Facebook | Nieuwsbrief
Oude website | Links naar andere sites
Centrum | Nieuw-West | Noord | Oost | West | Zuid | Zuidoost
Reacties
Prachtig stuk! Bedankt. Mijn
Prachtig stuk! Bedankt. Mijn dag is goed :-)